Jacoba van Beieren en de oorsprong van Keukenhof

Ik ben Jacoba van Beieren.

Op 17 juli 1401 ben ik gedoopt. Toen ik 5 jaar was werd ik al uitgehuwelijkt aan een franse prins Jan van Touraine (die was 3 jaar ouder dan ik). In 1415 was ik 14 en Jan 17 zijn we echt getrouwd in Den Haag. Vlak daarna overleed zijn broer en werd hij graaf van Frankrijk en ik gravin of kroonprinses van Frankrijk. Na 2 jaar huwelijk overleed Jan en werd ik weduwe. Toen mijn vader, graaf van Holland, ook overleed moest ik op 16 jarige leeftijd mijn vader opvolgen. Mijn oom, Jan van Beieren, had ook een oog op de erfenis van mijn vader. Ik werd gesteund door mijn moeder, Margaretha, en haar broer Jan. Door de strijd tussen ons laaide de Hoekse en Kabeljauwse twisten weer op. Ik zorgde ervoor dat de edellieden die onder mijn vader hadden gediend, hun positie konden behouden. Deze mensen behoorden tot het Hoekse kamp. Mijn oom werd gesteund door de Kabeljauwse edelen.

Ik wilde mijn macht graag houden en trouwde in 1418, toen ik 17 was, met mijn neef Jan van Brabant, hij was toen 15. Ik kreeg toestemming van de paus. Helaas was het mijn oom, vijand geworden ondertussen, die onder druk van zijn vriend Sigismund de toestemming wisten terug te draaien. Omdat mijn man Jan, en neef, niet de financiële verplichtingen kon nakomen, verpande hij voor 12 jaar het grondgebied van mij aan mijn vijand, Jan van Beieren. Toen ik 18 jaar was heb ik een vredesverdrag met mijn ome Jan ondertekend.

Ik heb toen meteen mijn huwelijk met Jan van Brabant laten ontbinden en ben naar Engeland vertrokken. In Engeland werd ik opslag verliefd op de broer van de koning. Hij gaf echter geen toestemming om met elkaar te trouwen omdat ik nog getrouwd was met mijn neef, Jan van Brabant. Een aantal jaren later. Ik was toen 22 jaar, toen de koning overleed ben ik alsnog getrouwd met Humphrey, zoon van koning van Engeland. Een jaar laten gingen we samen met een leger terug naar Henegouwen om te vechten tegen mijn ex-man, neef Jan van Brabant.

Deze werd gesteund door Filips de Goede. Mijn man Humphrey en Filips wilden in een duel gaan vechten. Gelukkig zag mijn man er toch maar van af. Ik bleef toen alleen achter in Hennegouwen en moest mij vrij snel overgeven en werd in Gent gevangen gezet. Humphrey steunde mij nog wel maar toen ik 25 jaar was hebben we het huwelijk ontbonden.

Toen mijn oom Jan van Beieren overleed kwam het landgoed van mij weer terecht bij mijn neef Jan van Brabant. Hij heeft toen als erfgenaam Filips genoemd. Dus weer had ik niks. De Hoeken, de lieden die ik hun positie had laten houden, kwamen voor mij in opstand en kwamen mij bevrijden. Er werd een ontsnappingsplan opgezet.

“Ik moest zeggen dat ik niet gestoord wilde worden tijdens mijn badritueel. Tijdens mijn bad trokken mijn kamenier en ik mannenkleren aan en zijn zo vermomd het kasteel uitgelopen waarin ik gevangen zat. Buiten wachten ze op mijn en op het paard wisten we te ontsnappen. Via Breda, Woudrichem naar Vianen en daar pas ontdeed ik mij van mijn vermomming. Daarna verder gereden naar Schoonhoven waar de Hoeken de macht hadden gegrepen.”

Mijn man Humphrey steunde me nog wel maar de hulp die hij kon bieden was niet genoeg. Ik profiteerde van de opstand in Kennemerland en ging met een leger naar Haarlem om de ontevreden boeren te helpen met het beleg op de stad. Ik heb de Kennermerse opstandelingen nog minimaal een half jaar kunnen helpen. Twee jaar later in 1428 moest ik vrede sluiten. In dit vredesverdrag (zoen van Delft) werd bepaald dat Filips mijn erfgenaam zou worden en dat ik niet meer in een huwelijk mocht treden zonder zijn toestemming. Ik bleef nog wel gravin van Holland maar moest vrijwel al mijn macht afstaan. Mijn huwelijk met Humphrey werd in 1428 onwettig verklaard omdat ik volgens de kerk nog getrouwd was met Jan, mijn neef.

Toen ik 31 was deed ik afstand van mijn titel als gravin van Holland, Zeeland en Hennegouwen. Ze zeggen dat ik stiekem getrouwd was met Frank, maar dat is echt niet zo. Filip heeft mij totaal machteloos gemaakt door mijn vertrouwelingen hun loyaliteit te kopen. Daarnaast was mijn financiële toestand behoorlijk verslechterd en kon ik niet anders dan alle landen over te dragen aan Filip. Ik mocht nog een paar gebieden houden om in onderhoud te kunnen voorzien.

In het voorjaar van 1434, ik was nu 33 jaar, ging ik trouwen met mijn geliefde Frank, 39 jaar. Het huwelijk was ook wel economische van goed belang maar ik was ook verliefd op deze man. Helaas heeft het huwelijk niet lang geduurd. Twee jaar later werd ik ziek en na een ziekbed van enkele maanden op slot Teylingen stierf ik op 35 jarige leeftijd aan tuberculose.

Door hier uw e-mailadres in te vullen schrijft u zich in voor onze nieuwsbrief.